Een concreet voortvloeisel uit bepalingen over arbeidsomstandigheden in het kader van de interne markt is de zogenaamde ‘ladderrichtlijn’, die tijdens de Europese verkiezingen van 2004 tot item werd gebombardeerd. Deze richtlijn verbiedt (onder voorwaarden) het werken op ladders. Nederlandse glazenwassers en schilders zou het werken onmogelijk worden gemaakt, omdat hier (in tegenstelling tot andere landen) de ramen naar buiten opengaan.
In een hoofdredactioneel commentaar toonde NRC Handelsblad zich fel tegenstander van de richtlijn: “Schoonmaak- en aannemersbedrijven worden op extra kosten gejaagd om te voldoen aan de eisen voor veilige ladders of door de aanschaf van hoogwerkers. Dat is kostprijsverhogend of werkt ontduiking door gebruikmaking van illegale arbeid in de hand.” De schildersbranche was zelfs geschokt
Ook GroenLinks hekelde de richtlijn, maar met name omdat de implicaties ervan pas duidelijk werden “nadat hij lang en breed was aangenomen”, als onderdeel van een pakket aan maatregelen. Dan heb je geen keus meer.
PvdA-EuroparlementariĆ«r Ieke van den Burg vindt de veiligheid van werknemers een groot goed en ergert zich derhalve aan de “de selectieve verontwaardiging over regels vanuit Brussel”. Glazenwassers en andere betrokken sectoren zouden door de ladderrichtlijn op langere termijn juist kosten besparen, omdat er veel minder ongevallen en ziekteverzuim zullen zijn.
Van den Burg betoogt verder dat de richtlijn onderdeel is van een enorm pakket van honderden richtlijnen en verordeningen in het kader van de interne markt - met als doel een ‘gelijk speelveld’ (level playing field) te creĆ«ren. Daarbij horen niet alleen technische voorschriften, maar ook gezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor Europese werknemers.
