Het echte EU-debat moet nog beginnen - interimrapport Europadebat

Bij de afronding van mijn werkzaamheden voor Europadebat verscheen het rapport Het echte EU-debat moet nog beginnen (.pdf). Hierin worden enkele conclusies getrokken uit de debatten en enquêtes die wij hebben geïnitieerd. In de bijlagen staan alle resultaten. De mening van de geënquêteerden over kandidaat-lidstaten heb ik hieronder uitgelicht.

Uitbreiding van de EU
In 2004 werd de Europese Unie met tien landen ineens flink uitgebreid; op 1 januari 2007 volgden Roemenië en Bulgarije. Van de geënquêteerden vond 61 procent het tempo van de uitbreiding te snel, maar 36 procent vindt het tempo waarin de EU uitbreidt, goed. Wie het allemaal te snel vond gaan, gaf meestal (72 procent) als reden dat bij uitbreidingsronden noch de EU, noch de toetredende landen klaar waren.

Wat de omvang van de EU betreft, gaat 77 procent akkoord met de Europese Unie zoals zij er sinds 1 januari 2007 uitziet: de huidige zevenentwintig lidstaten. Een deel van deze ruime meerderheid is bovendien nog (veel) ambitieuzer. Vier procent vindt zelfs dat ALLE landen in beginsel EU-lid kunnen worden. Tien procent wil daarentegen zelfs de Balkan er niet bij hebben, 36 procent wil landen die (deels) geografisch buiten Europa liggen (Rusland, Turkije) per se buitensluiten.

Afgezien van geografische voorwaarden aan het EU-lidmaatschap, wil 32 procent ook dat cultuur en religie een zelfstandig criterium wordt. Daarbij denkt een meerderheid aan de joods-christelijke en humanistische traditie: landen met een andere traditie mogen er niet bij. 59 procent vindt cultuur en religie geen relevant onderwerp, negen procent weet het niet.

Kijken we, ten slotte, afzonderlijk naar (mogelijke) kandidaat-lidstaten, dan zijn er twee landen favoriet. Alleen voor Kroatië en Macedonië (60 resp. 52 procent) zijn Nederlanders in meerderheid voor toetreding tot de EU. In volgorde van populariteit noteren we verder Turkije (41 procent), Servië (34 procent), Oekraïne (30 procent) en hekkensluiter Albanië (27 procent). Belangrijkste redenen voor afwijzing zijn steevast dat het land in kwestie “nog geen goed werkende rechtsstaat en democratie heeft” of (minder belangrijk) om “economische redenen”. Uitzonderingen op deze regel zijn Turkije en Servië. Beide landen worden vaker dan gemiddeld op “culturele of religieuze” gronden afgewezen (veertien resp. tien procent) en economie blijkt veel minder bezwaarlijk (beide vier procent).
Vanzelfsprekend wijst men Turkije ook om geografische redenen af, maar dat doet slechts een op vijf.

http://www.theodora.com/maps/new/balkan6.jpg

Alle rechten voorbehouden
© 2006-2008
RSS