Nieuwe media, nieuwe politiek?

Ik heb dit essay geschreven voor mijn studie, als onderdeel van het vak Politiek-Bestuurlijke Informatiekunde.

Forum.fok.nl

Afbeelding: Forum.fok.nl, 2007

Inleiding

Politiek is een begrip dat breed kan worden opgevat. Vooral in de jaren 1960 en 1970 was dat ook praktijk: politiek werd gelijkgesteld aan macht, waardoor ook het persoonlijke politiek was. In de liberale traditie, echter, wordt politiek beschouwd als een apart onderdeel van de samenleving, los van economie, cultuur en gezinsleven. Politiek betekent in deze optiek vooral beleid van een regering en instituties. Deze definitie is een zeer beperkte, want zelfs de geringste vorm van organisatie van economische activiteiten valt erbuiten. Van Dijk kiest in zijn boek over nieuwe media en politiek een middenpositie tussen beide uitersten. Politiek is volgens hem het geheel van handelingen binnen een gemeenschap die tot doel hebben deze gemeenschap in te richten en te besturen. Hoewel hiermee handelingen in de privé-sfeer, bedrijven en particuliere organisaties uitdrukkelijk als niet-politiek worden bestempeld, blijft het een brede definitie van politiek. Dat is ook nodig om een volledig beeld te kunnen geven van de recente ontwikkelingen van de politiek in relatie tot oude en nieuwe media. Wetenschappers die politiek gelijkstellen aan institutionele politiek verwachten van deze ontwikkelingen soms zelfs verdwijning van de politiek en gaan daarmee voorbij aan het feit dat politieke macht, in variërende concentraties, altijd gespreid is in de gemeenschap.1

De politiek wordt beïnvloed door wat Van Dijk nieuwe media noemt, en De Vries en de WRR informatie- en communicatietechnologie (ICT). De definitie van beide, identieke begrippen is een lastige zaak, aangezien nieuwe media vaak niet meer dan geavanceerde versies van oude media zijn. Aan de andere kant is een telegraaf strikt genomen ook een vorm van communicatietechnologie, terwijl uit de context van verhandelingen met betrekking tot ICT duidelijk blijkt, dat een dergelijk ouderwets apparaat erbuiten valt. De essentie van nieuwe media is dat deze vormgeven aan de integratie van de verschillende vormen van communicatie en dat ze tot op zekere hoogte (face-to-face communicatie is nog altijd interactiever) interactief zijn. Van Dijk voorspelt dat deze media de komende decennia dusdanig in elkaar zullen vloeien, dat het onderscheid tussen conventionele communicatiemiddelen zoals telefoon en computer zal verdwijnen en dat ze in geïntegreerde vorm een hoofdbestanddeel van de infrastructuur van onze maatschappij zullen worden. Omdat het politiek systeem voor een belangrijk deel is gebaseerd op informatieverwerking en communicatie, zal volgens Van Dijk de integratie van media een diepgaande invloed op de politiek hebben. Hoewel geïntegreerde media dan wel informatie- en communicatietechnologie zuiverder termen zijn voor de samenvoeging en ontwikkeling van media, zal ik ten behoeve van de leesbaarheid consequent nieuwe media gebruiken. Deze zijn onder te verdelen in on-line nieuwe media, off-line nieuwe media en multimedianetwerken, combinaties van beiden.2

Determinisme versus voluntarisme

Over de verhouding tussen techniek en politiek verschilt men van mening. Enerzijds zijn er de technologisch deterministen, waaronder Jacques Ellul en Paul Frissen, die techniek een autonome kracht toedichten, die langzaam maar zeker inwerkt op samenleving, cultuur en politiek. Anderzijds is er de zienswijze van het technologisch voluntarisme, tegenovergesteld aan het determinisme. Hier bepalen de samenleving, cultuur, politiek en individuele actoren de techniek. Tussen beide visies in zitten de sociaal-constructivisten, die menen dat actoren de techniek construeren middels sociale interactie, zingeving en gebruik in bepaalde contexten. Van Dijk en Frissen tekenen aan dat het sociaal-constructivisme wel veel overeenkomsten met het voluntarisme vertoont. Van Dijk kiest in zijn boek voor een andere middenpositie, welke hij de dialectische visie noemt, voornamelijk geïnspireerd door techniekhistoricus Lewis Mumford. Volgens Mumford worden technieken pas ingevoerd, als de tijd er rijp voor is. Na de introductie ervan, versterken en veranderen ze het bestaande systeem. De introductie van de televisie in de politiek illustreert deze theorie. In die tijd was het al praktijk voor beroepspolitici om een massapubliek te benaderen en proberen te enthousiasmeren voor hun denkbeelden. Het op vertegenwoordiging gebaseerde politieke systeem werd derhalve versterkt. Tegelijkertijd werd het voor politici steeds belangrijker om over mediagenieke eigenschappen te beschikken en om spetterende campagnes te voeren. Op den duur hebben politici moeten accepteren dat zij zonder uitstraling geen kans maken op electorale winst. Een nu al clichématig voorbeeld hiervan, is de Nederlandse verkiezingsstrijd in 2002, waarin de politici Melkert en Dijkstal het aflegden tegen Fortuyn.3

Wat de invloed van de informatierevolutie (de opmars van nieuwe media) op politiek is, is ongewis. Volgens de WRR ligt de oorzaak van deze onvoorspelbaarheid in de altijd openstaande mogelijkheid van conservatieve terugslagen, als de samenleving bepaalde instituties ook bij afnemende effectiviteit, koste wat kost, in de huidige vorm wil handhaven. De Vries benadrukt dat een veelheid en diversiteit van factoren de invloed van nieuwe media op politiek en bestuur mede determineren en conditioneren. De effecten van nieuwe media zijn daarom zeer gedifferentieerd en variabel. In de wetenschap dat nieuwe media uiteenlopende effecten op de werking van verschillende democratische instituties hebben, schieten technologisch-deterministische analyses tekort. Bovendien worden in dergelijke analyses slechts de bestaande, gouvernementele instituties onderzocht, terwijl De Vries de mogelijkheid dat geheel nieuwe instituties evolueren uitdrukkelijk wil openhouden. Overigens wil hij het beeld van de informatierevolutie, die gaande zou zijn, nuanceren: vooralsnog blijken onder invloed van nieuwe media vooral bestaande patronen en door andere oorzaken ingezette tendensen, overeenkomstig de dialectische visie, te worden doorgezet. De waarneembare veranderingen worden gekenmerkt door incrementalisme.4

Juist die veranderingen die nieuwe media teweegbrengen, komen aan de orde in dit essay. Omdat over de precieze reikwijdte daarvan zo weinig bekend is, zal de nadruk liggen op de aard van de nieuwe vormen van politiek. Na een uitvoerige vergelijking met de ‘oude’ vormen van politiek, wordt het gevormde analysekader toegepast op de casus Residentie.net. De centrale vraag, die dit essay beoogt te beantwoorden, is:

Hoe verhouden oude, territoriaal gebonden vormen van politiek zich tot de nieuwe virtuele vormen?

Politiek in de informatierevolutie

Van Dijk noemt in zijn bloemlezing van wetenschappelijke literatuur over spreiding en concentratie van de politiek vier historische innovaties, waarop de moderne natiestaat is gebaseerd:

  • 1. Territorialiteit
    De controle beperkt zich tot een exact geografisch begrensd gebied, waarvan de grenzen door andere natiestaten wordt erkend.
  • 2. Geweldsmonopolie
  • 3. Onpersoonlijke macht
    In beginsel hebben alle burgers gelijke rechten en plichten.
  • 4. seculiere en nationale legitimiteit
    De burgers zijn loyaal aan hun staat vanwege een gedeelde sociale en culturele identiteit en bepaalde rechten en plichten in een grondwet.

De moderne natiestaat is een politieke orde en een politieke gemeenschap, waarin politiek centraal of meervoudig geconcentreerd is. Alle fundamenten van de natiestaat staan onder druk. De territorialiteit wordt ondermijnd door nieuwe media, met behulp waarvan informatie, communicatie en elektronisch geld moeiteloos grenzen overschrijden. Staten beschikken nauwelijks nog over een geweldsmonopolie, doordat ze min of meer gedwongen deelnemen aan internationale militaire verbanden, waarop ze weinig controle kunnen uitoefenen. De onpersoonlijke macht van de staat is aangetast door het groeiende belang van informele sociale netwerken en dergelijke, en vanwege de toenemende focus op het persoonlijke in media en politiek. Tenslotte blijkt de deelname aan institutionele kanalen zoals politieke partijen en verkiezingsbijeenkomsten duidelijk af te nemen. Dit gaat ten koste van de institutionele politiek, niet zozeer ten koste van de natiestaat.5

Nieuwe media ondergraven enerzijds de natiestaat, via het passeren van geografische grenzen en het verpersoonlijken van de macht, anderzijds worden ze door de centrale overheid van diezelfde staat aangewend om een scherper toezicht te realiseren. De overheidsbureaucratie voert op grote schaal nieuwe technieken in. Door middel van koppeling van bestanden in computernetwerken blijkt een zeer vergaande registratie van burgers mogelijk te zijn. Een andere zichtbare tendens is de samenballing van politiek en openbaar bestuur. De personele bezetting van politiek en openbaar bestuur kent een steeds grotere overlap. Daarnaast verschralen de functies die politieke partijen vervullen. In steeds mindere mate treden politieke partijen op als intermediair tussen de staat en de burgers. Ze zijn steeds meer intern gericht en lijken zich te beperken tot het kweken van kader voor politiek-bestuurlijke functies. Nieuwe media kunnen zeer behulpzaam zijn bij de omvorming van politieke partijen tot kiesverenigingen met mediagenieke personen als leiders van campagne-organisaties. Aan de andere kant kunnen nieuwe media ook door politieke partijen worden aangewend om een intermediaire rol te spelen in de maatschappelijke discussie en vertegenwoordiging.6

In de praktijk blijkt zich een proces van disintermediatie te voltrekken. Kader en leden zijn meer en meer overbodig voor partijen om in contact met kiezers te blijven, de ontwikkeling van de publieke opinie op de voet te volgen, partijstandpunten uit te leggen en de kiezers van die standpunten te overtuigen. Nieuwe media, mits slim toegepast, kunnen de kosten van arbeidsintensieve verkiezingscampagnes drastisch beperken. Door enerzijds via toepassingen van marketingcommunicatie optimaal inzicht in de kiezersmarkt te verkrijgen en anderzijds directe communicatiekanalen van partijleiding naar kiezers te gebruiken, kunnen alle kiezerssegmenten direct en selectief worden bediend. Boodschappen die de partij per direct-mail, e-mail, interactief contact op websites of op andere wijze zendt, kunnen per segment worden aangepast op vorm, accentuering van programmapunten en zelfs op inhoud. Campagnes zullen zich uiteindelijk nog slechts richten op die districten en die groepen kiezers die doorslaggevend zijn in de verkiezingsstrijd. Bovenstaande ontwikkelingen betekenen niet het einde van de politieke partij, maar wel het einde van de op ideologie gebaseerde partij. Deze zal plaatsmaken voor de partij die haar programmatische keuzen direct baseert op ontwikkelingen in de publieke opinie.7

Naar een directe democratie?

Hacker heeft een casestudy gedaan naar het elektronische mailsysteem van het Witte Huis in de Verenigde Staten. In zijn artikel beschrijft en kritiseert hij dit systeem, dat ontworpen is ter bevordering van de kwaliteit van de democratie. Uit een onderzoek uit 1991 naar gepercipieerde politieke participatie en de effectiviteit daarvan, bleek namelijk dat de Amerikanen in dat jaar bovengemiddeld ontevreden waren met hun politieke systeem. Enerzijds kwam deze ontevredenheid voort uit wijdverspreide twijfels aan de integriteit van de “politieke klasse” van politici, lobbyisten en journalisten, anderzijds ervoeren de Amerikanen problemen met de kwaliteit van de informatie die zij ontvangen. Ze hadden het gevoel buitengesloten te zijn van belangrijke politieke processen. Ze wensten meer toegang te krijgen tot informatie over wezenlijke vraagstukken (niet: goed geïnformeerde toeschouwers te worden) en bovendien die vraagstukken in alle openheid te kunnen bediscussiëren. Daartoe was volgens de Amerikaanse burgers interactiviteit met beleidsmakers vereist. Zij beschouwden het schrijven van brieven als niet effectief en bestreden de stelling dat opiniepeilingen, een vorm van registratie, bijdragen aan verbetering van de democratie. Peilingen zouden de stem van het volk juist verminderen. Via het elektronische mailsysteem van het Witte Huis raadpleegden in 1994 30 tot 40 duizend personen bijna dagelijks officiële documenten. Nog eens 100 duizend ontvingen documenten, of informatie daarover, via e-mail of fotokopie, dan wel telefonisch of door “interpersoonlijke conversatie”. Afgezien van het feit dat hiermee niet aan de gewenste interactiviteit wordt tegemoetgekomen, zijn er meer redenen om met Hacker het sterke optimisme van Clinton cum suis over de democratiserende werking van het mailsysteem te nuanceren. Uit onderzoek bleek dat de groep gebruikers van het mailsysteem jonger, hoger opgeleid en meer politiek betrokken dan de Amerikaanse bevolking was. Daarnaast bestond de groep voor 80% uit mannen. De Vries stelt dat de selectiviteit van politieke participatie altijd een dergelijk patroon vertoont. Toch vindt ook hij dat representativiteit bij innovaties zoals het mailsysteem en nieuwe media-toepassingen voor directe democratie niet kan worden gegarandeerd. Daarvoor is het gebruik en de kennis van nieuwe media in de samenleving nog te gering en vooral te ongelijk verdeeld. Bovendien blijft de deelname aan dergelijke experimenten ver achter bij deelname aan verkiezingen en stemmingen.8

Vrijheid van meningsuiting is een voorwaarde aan (directe of indirecte) democratie. Shapiro trapt een ogenschijnlijk open deur in met zijn uitspraak dat vrijheid van meningsuiting alleen effectief is als degenen die hun mening uiten een publiek hebben waartoe ze zich kunnen richten. Hij citeert een uitspraak van het Amerikaanse Supreme Court, waarin gesteld is dat het recht op vrijheid van meningsuiting iedere burger garandeert, dat hij in staat is de hoofden van welwillende luisteraars te bereiken en om dat te doen moet er gelegenheid zijn om hun aandacht te trekken. Nieuwe media bedreigen die gelegenheid, omdat zij over het vermogen beschikken de informatie die individuen tot zich nemen en de sociale ontmoetingen die zij hebben, sterk te personaliseren. Bij wijze van spreken kan iemand vanuit zijn huiskamer via de computer al zijn sociale en zakelijke contacten onderhouden en slechts kennis nemen van de voor hem of haar interessante nieuwsonderwerpen, zonder ooit in contact te komen met, of niet eens weet te hebben van, andere meningen. Met Clinton wenst Shapiro dat het internet overeenkomsten met een stadsplein gaat vertonen. Daartoe moeten wel maatregelen worden getroffen om (gelijk een stadsplein met sprekers op een zeepkist en verspreiders van pamfletten) het publiek onbedoeld aan uitingen van populaire en minder populaire meningen bloot te stellen. Een technologie die volgens Shapiro daaraan kan bijdragen, en in zijn jargon de serendipiteit op het internet zal vergroten, is PublicNet. Als icoon op het bureaublad of op de browser van een computer displayt PublicNet elke tien seconden een teaser, een korte zin waarin een mening wordt verkondigd, bijvoorbeeld: “Red de walvissen”. Door op het icoon te klikken, wordt de gebruiker naar een eindeloos publiek forum op internet geleid, waar een verrijkend scala van niet-commerciële websites en discussiegroepen met betrekking tot kunst, politiek, cultuur en wetenschap in is ondergebracht. Gesteld dat op iedere computer PublicNet zou zijn geïnstalleerd, dan ligt het voor de hand dat een groep gebruikers de teasers probeert te negeren. Shapiro denkt echter dat deze groep geen afbreuk zal doen aan de beoogde winst voor de vrijheid van meningsuiting en democratie. Net als de voetganger die een aangereikt pamflet weigert, kan een computergebruiker zich niets van PublicNet aantrekken, maar de aanwezigheid van de (digitale) pamflettist kan tenminste niet meer worden ontkend.9

Interactiviteit

Politieke interactiviteit is volgens Hacker wederkerige communicatie over vraagstukken van elk willekeurig niveau waar deze actueel zijn, naar elk willekeurig ander niveau. Het doel hiervan is het in samenspraak formuleren van beleidsmaatregelen en acties die moeten worden ondernomen om de opgeworpen vraagstukken te beantwoorden. In theorie is het belang van interactiviteit voor het politiek systeem zeer groot. Kleinschalige face-to-face communicatie en het eenrichtingsverkeer van massamedia naar het publiek kunnen vervangen worden door directe interactie tussen alle actoren binnen het systeem. Een van de voordelen van interactiviteit via nieuwe media boven face-to-face conversatie (hoewel vanzelfsprekend niet te garanderen) is dat antwoorden op vragen via nieuwe media in de regel meer inhoudelijk zijn dan de onmiddellijke antwoorden in live gesprekken, waar geen uitgebreide analyse aan te pas komt. Een nadeel van interactiviteit via nieuwe media is dat beantwoording van vragen enige tijd neemt. Hacker citeert Gonzales, die deze onvermijdelijk langzamere terugkoppeling niet negatief acht. Anders dan bij incidenteel of tegelijkertijd met andere berichten geuite boodschappen, bouwt vertraagde terugkoppeling via nieuwe media voort op eerdere interactie tussen de betreffende actoren. Gonzales vindt dit proces van accumulatie waardevol, omdat hierdoor een sociale relatie voor de langere termijn ontstaat (bijvoorbeeld tussen kiezer en vertegenwoordiger), die de kwaliteit van de democratie ten goede komt.10

De praktijk van interactiviteit via nieuwe media ziet er aan het begin van de eenentwintigste eeuw anders uit. Met betrekking tot de toepassing van interactiviteit in het politieke systeem zijn er vooral praktische en culturele problemen. Volgens Van Dijk schiet de zogenaamde stimulusrijkdom van nieuwe media nog tekort. Voor de meer complexe, informele en vertrouwelijke communicatie in het politiek systeem zou een zelfde stimulusrijkdom als bij face-to-face vereist zijn, maar de meeste bestaande nieuwe media beperken zich in de berichtgeving tot teksten op beeldschermen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de televisie, een niet-interactief medium met een relatief grote stimulusrijkdom, momenteel zo’n prominente rol speelt in de politieke communicatie. De Vries neemt waar dat interactieve vormen van nieuwe media, zoals discussiegroepen en bulletin boards, vaak van lage kwaliteit zijn. Reden hiervoor is de grote instabiliteit van deelname, die er mede de oorzaak van is dat in discussiegroepen eerder stellingen worden geponeerd, dan dat er werkelijk wordt gedebatteerd. Zodra er wel een debat op gang is gekomen, verloopt dit nogal eens gefragmenteerd binnen de groep zelf of tussen groepen. Uit onderzoek is gebleken dat een groep constructiever en interactiever functioneert, als er naast de elektronische interactie ook face-to-face interactie tussen groepsleden plaatsvindt. Tenslotte zijn er problemen met het handhaven van de nettiquette, want misdragingen in het virtuele komen geregeld voor. De Vries reikt twee oplossingsrichtingen aan voor deze problematiek. Ten eerste zou een moderator het debat kunnen regisseren, door regels te stellen, deelnemers te dwingen tot sociale interactie, dan wel uit te sluiten en door het debat in ronden te structureren. Ten tweede zou vermindering van de anonimiteit helpen de gedragsnormen in de “publieke ruimte” te verbeteren. Dit zou kunnen door videoconferenties en indien nodig zelfs door herintroductie van face-to-face interactie, maar dat zou de door Hacker geschetste voordelen weer tenietdoen.11

Casus Residentie.net

Stichting Residentie.net is een initiatief van de gemeente Den Haag in samenwerking met telecommunicatiebedrijf KPN en kabelmaatschappij Casema. Residentie.net is een internetplatform voor en door inwoners van Den Haag, waarop nieuws en informatie wordt verschaft over de stad, haar mensen, organisaties en bedrijven. Via Residentie.net worden verschillende diensten aangeboden, zoals het maken van eigen webpagina’s en het forum.12 Op de homepage staan nieuwsberichten, voornamelijk met betrekking tot maatschappij en cultuur in Den Haag, met een opvallend accent op het thema multiculturaliteit, alsook triviale zaken zoals filenieuws en horoscopen. Er zijn links aangebracht naar meer nieuws, sport en cultuur. Onder ‘extra’ vindt de gebruiker een grote hoeveelheid externe links en zelf gegenereerde informatie per onderwerp, van Haagse geschiedenis tot een link naar omaweetraad.com voor ouderen. Afgezien van een enkele dode link, is de informatie en de informatie waarnaar verwezen wordt van hoge kwaliteit. Tenslotte is residentie.net voorzien van een zoekfunctie, een chatprogramma en een virtuele marktplaats, de bazaar. Residentie.net is te omschrijven als een multimedianetwerk.

Mate van interactiviteit
Gebruikers van Residentie.net hebben de mogelijkheid een profiel (PIM) aan te maken. Deze zijn opvraagbaar voor andere bezoekers van de website. In het forum kunnen gebruikers maatschappelijk relevante vraagstukken ter discussie stellen. Een aanzienlijk deel van de onderwerpen in het forum betreft overigens ook interne aangelegenheden, zoals de Fair Use Policy. Soms wordt er een poll (opiniepeiling) binnen het forum gehouden. Echter, de animo voor het forum en bijbehorende peilingen is gering. Er wordt minder dan eens per dag een bericht geplaatst. Zo wordt de stelling “De politie in Den Haag fungeert goed”, die sinds 22 mei jl. online is, door 50% bestreden en 50% weet het niet (N=2). Wat het gehele interactieve deel van residentie.net (profielen, zelf websites maken, forum en chat) overtreffen de mogelijkheden duidelijk de uitvoering. Een citaat van een van de pagina’s van residentie.net d.d. 14 juli 2003: “We hebben 24 geregistreerde gebruikers. De nieuwste gebruiker is scorpion04. De gebruikers hebben in totaal 29 berichten geplaatst.”

Bestudering van die (korte) lijst van gebruikers, leert dat de helft geen berichten heeft geplaatst. Slechts zes gebruikers hebben een link naar hun website of e-mailadres afgegeven. Van hen is er één een belangenorganisatie. Binnen het forum van residentie.net is eigenlijk één politica actief, Marieke Bolle (PvdA) met een link naar haar persoonlijke pagina mariekebolle.nl. Onder het kopje stadspolitiek zijn verder nog links naar websites van Tineke van Nimwegen (PvdA), het CDA en een samenwerkingsverband van ChristenUnie en SGP samengebracht. Echter, die laatsten bevatten niet meer informatie dan adressen en een korte inleiding (enkele honderden woorden), worden nauwelijks geüpdate en zien er zeer onaantrekkelijk uit. Afgezien van de mogelijkheid om met deze politici en partijen mailen, zijn op geen van bovengenoemde websites interactieve toepassingen aanwezig. Voor de homepages die (Haagse) burgers en organisaties via residentie.net kunnen maken, geldt in grote lijnen hetzelfde. Van de enkele tientallen websites die inmiddels gemaakt zijn, is er slechts een enkeling waarop überhaupt enige vorm van informatie staat. De gebruiker raakt daardoor snel ontmoedigd deze pagina’s te raadplegen.

De chatfunctie van residentie.net is alleraardigst. Geïncarneerd in een zogenaamde Quek (een virtueel wezentje) kunnen gebruikers met andere Queks praten. Verder hebben de Queks heel wat andere mogelijkheden: zoenen, vliegen, emoties uiten, zoeken op het internet en met elkaar mee-surfen. Na op verschillende momenten van de dag te hebben ingelogd, bleek echter dat nooit meer dan twee andere Queks on-line waren. Bovendien bleken de meeste stunts, zoals vliegen, niet te werken. Een andere, zij het niet interactieve functie, van residentie.net is de verwijzing naar lokale radio- en televisiezenders. Er kan zelfs live naar Turkse, Hindoestaanse en Latijns-Amerikaanse televisiezenders worden gekeken.Ten aanzien van de uitleg over residentie.net, schiet het een en ander tekort, zeker als men zich bedenkt dat (een deel van) de doelgroep van de site laagopgeleid is. Een stukje uitleg dat naar aanleiding van het verkrijgen van het persoonlijk profiel wordt gegeven (overigens is ook dat na herhaaldelijke pogingen niet gelukt), luidt als volgt: “Het beheer van gebruikersgegevens en van de aanmeldprocedure van Residentie.net gebeurt met een systeem dat bestaat uit drie onderdelen, namelijk PIM, PIED en PIA.” Verder ontbreekt ook een algemene inleiding over ontstaansgeschiedenis en doel van residentie.net, evenals een beschrijving van wat het samenwerkingsverband met KPN en Casema inhoudt.13

Conclusies

De nieuwe, virtuele vormen van politiek komen langzaam maar zeker van de grond, onder druk van de afnemende territorialiteit en het toenemend belang van persoonlijke communicatie. Deze nieuwe vormen kenmerken zich door de toepassing van selectiviteit en (in mindere mate) interactiviteit. Interactieve toepassingen van nieuwe media ondervinden nog veel praktische problemen. De wijdverbreide selectiviteit, bijvoorbeeld door politieke partijen die zeer berekenend (alleen in de districten “that matter”) en manipulerend campagne voeren, dreigt ten koste te gaan van de diversiteit van informatie aan burgers. Shapiro pleit voor invoering van caleidoscopische fora op het internet, waardoor gebruikers kunnen kennisnemen van elkaars meningen.

Residentie.net
In dit licht is residentie.net niet moeilijk te duiden. Als caleidoscopisch forum functioneert het uitstekend, met hoogwaardige informatievoorziening. Echter, die informatievoorziening vindt vooral plaats in de vorm van geschreven tekst via allocutie, er komt nauwelijks interactiviteit aan te pas. Van Dijk zou zeggen: de stimulusrijkdom schiet te kort, de gelinkte radio- en televisiezenders uitgezonderd. De vormen van interactiviteit die wel plaatsvinden op residentie.net, forum en chat, zijn marginaal. De problemen die De Vries heeft gesignaleerd in discussiegroepen komen volledig overeen met het beeld van residentie.net: poneren in plaats van discussiëren en geringe continuïteit. Het meest opvallend is trouwens, dat de interactiviteit met politici op residentie.net te verwaarlozen is, terwijl daarvoor wel de infrastructuur is gelegd. Juist dat zou, met Gonzales, de kwaliteit van de democratie sterk bevorderen.

Ten slotte
De geraadpleegde literatuur is vrijwel geheel twintigste-eeuws. Het probleem hiermee is dat auteurs, kennelijk om de lacune aan deugdelijk onderzoek naar nieuwe media op te vullen, uitspraken over feitelijke effecten, mogelijkheden, pleidooien voor een bepaalde mogelijkheid en beoordeeldingen op basis van normatieve theorie te zeer door elkaar hebben laten lopen.14 In dit essay heb ik geprobeerd me te beperken tot feitelijkheden en waar mogelijkheden en normatieve uitspraken aan de orde komen, deze als zodanig aan te merken. Dat heeft onder meer geïmpliceerd dat relatief weinig aan het boek van Van Dijk wordt gerefereerd. In dat boek ligt de nadruk zozeer op mogelijkheden, dat veel uitspraken kennelijk op drijfzand berusten. Omdat de ontwikkeling van nieuwe media en de concentratie daarvan in de samenleving weer enkele jaren is voortgeschreden, zal inmiddels ook de hoeveelheid beschikbaar empirisch materiaal zijn toegenomen, op basis waarvan meer eenduidige uitspraken over nieuwe vormen van politiek kunnen worden gedaan.

Literatuur

Dijk, J.A.G.M. van (1997) Nieuwe media en politiek. Informatie- en communicatietechnologie voor burgers, politici en ambtenaren. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum.
Hacker, K.L. (1996) ‘Missing links in the evolution of electronic democratization’. In: Media, Culture & Society. London, Sage. Volume 18, number 2, pp. 213-231.
Held, D. (1996) Models of Democracy. Cambridge, Polity.
Shapiro, A.L. (1999) ‘In Defense of Middlemen (Power and Delegation)’ en ‘In Defense of Accidents (Order and Chaos)’. In: The Control Revolution. New York, Public Affairs/Perseus Books Group, pp. 187-207.
Vries, P.J. de (2001) Collegedictaten, college 7.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (1998) ‘Territoir, Staat en Recht.’ In: Staat zonder land. Een verkenning van bestuurlijke gevolgen van informatie- en communicatietechnologie. Den Haag, Sdu.
Internet: http://www.residentie.net/

Noten

1 Van Dijk, 1997: 8 en Held, 1996: 98
2 Van Dijk, 1997: 9-10
3 Van Dijk, 1997: 10-12
4 WRR, 1998: 78 en De Vries, 2001: 1, 3, 4, 8
5 Van Dijk, 1997: 29, 37
6 Van Dijk, 1997: 38-41, 196
7 De Vries, 2001: 6
8 Hacker ,1996: 213, 216-223 en De Vries, 2001: 7
9 Shapiro, 1999: 203-207
10 Hacker, 1996: 227-230 en Van Dijk, 1997: 75
11 Van Dijk, 1997: 75 en De Vries, 2001: 7.3
12 residentie.net: colofon en uitleg
13 residentie.net
14 De Vries, 2001: 2

Alle rechten voorbehouden
© 2006-2008
RSS