Ongepubliceerde filmrecensie.
Syriana (2005) – vanaf 2 maart in de bioscoop
Regie: Stephen Gaghan
Met: George Clooney, Matt Damon, Jeffrey Wright, Chris Cooper
Tijdsduur: 128 minuten
Beoordeling op imdb.com: 7,1
Bryan Woodman (Matt Damon): “It’s running out…. and ninety percent of what’s left is in the Middle East. This is a fight to the death.” Een betere inleiding op de film Syriana is niet denkbaar. Hoewel hij wordt gepromoot als een ‘politieke Hollywoodfilm’ met een ‘complexe’ boodschap, is Syriana doodeenvoudig. De Verenigde Staten probeert met alle middelen zijn machtspositie in het Midden-Oosten te handhaven, want de olievoorraden daar zijn veel groter dan die in Centraal-Azië of bijvoorbeeld Alaska. Eén van die middelen is corruptie en dat heeft grote gevolgen voor de rest van de wereld.
Gulf-prince-good-guy Nasir Al-Subaai (Alexander Siddig) geeft de Zwitserse energie-analist Woodman duidelijk te verstaan waarom zijn oliestaat zo onderontwikkeld blijft: “Your president calls my father. One phone call later we’re stealing out of our social programs to buy overpriced airplanes.” Dat brengt het verhaal meteen dicht bij huis. Nederland trok immers vier jaar geleden ook onder dubieuze politieke omstandigheden bijna een miljard uit voor een risicovolle onderneming: het Amerikaanse gevechtsvliegtuig Joint Strike Fighter (JSF). Theo van Gogh putte hieruit de inspiratie voor zijn 06/05, over een mogelijk verband met de moord op Pim Fortuyn. In Syriana zijn het niet enkele feiten waar een context bij wordt verzonnen, maar precies andersom. Liefhebbers van samenzweringstheorieën worden echter even goed bediend.
Syriana begint met het besluit van de jonge, hervormingsgezinde prins Nasir Al-Subaai om gasboringen toe te wijzen aan een Chinees bedrijf. Daarmee worden de belangen van de Texaanse energiegigant Connex (een oude en vertrouwde zakenpartner in de regio) ernstig geschaad. Tegelijkertijd weet het kleinere oliebedrijf Killen rechten te bemachtigen voor olievelden in Kazachstan. Vanwege de vrijgekomen productiecapaciteit zet Connex een fusie met Killen in gang. Connex-Killen wordt meteen de vijfde oliemaatschappij ter wereld. De historische fusie verloopt schimmig. Een white-shoe (conservatief, republikeins) advocatenkantoor wordt ingehuurd om onder beschuldigingen van omkoping en overtreding van antitrustwetgeving uit te komen. Met succes. Killen-topman Nelson toont zich tevreden: “Corruption is why we win. … Corruption is our protection.”
Er gebeurt vooral veel in Syriana, op veel verschillende plekken. Een heel andere verhaallijn is die van oudgediende CIA-agent Bob Barnes (George Clooney), die in Teheran twee wapenhandelaren moet ombrengen. Hij komt er pijnlijk achter dat zijn ‘eigen’ CIA hem erin heeft geluisd. Al die jaren is hij voorgelogen en zijn hem de werkelijke redenen voor zijn missies altijd onthouden. Hij wordt gemarteld, op het laatste moment gered door een imam van Hezbollah en gedegradeerd. Later probeert hij nog een moordaanslag op prins Nasir te voorkomen.
Veel dus, en veel tegelijk. Syriana is in die zin toch weer complex. Het eindigt met een vertrouwder beeld. Ontslagen Pakistaanse arbeiders rammen een olietanker van Connex-Killen in een zelfmoordaanslag (precies zoals bij de USS Cole in 2000). Daarbij maken ze gebruik van explosieven uit de raket die Bob Barnes in Iran was kwijtgeraakt. Alle verhaallijnen komen zo weer bij elkaar.
Vies, vuil en ingewikkeld - dat is de oliehandel volgens Syriana. Ook Amerika-kenner Frans Verhagen en Midden-Oostendeskundige Paul Aarts zijn het daarover eens, vooral over het ingewikkelde ervan. Is Syriana voor een Hollywoodfilm al heel ingewikkeld, de werkelijkheid in de regio zou nog veel complexer zijn. Dat men koos voor een Chinees oliebedrijf dat de Amerikanen wegconcurreert en de Pakistani werkloos maakt, is wel weer typisch Hollywood. Verhagen: “Ja, sinds een jaar of vijf is ‘China’ in. Weinig seks in Syriana: China moest het kennelijk compenseren.” Syriana geeft geen antwoorden, zeggen regisseur en acteurs. Dat klopt, maar één ding maakt de film wel duidelijk: Amerika en zijn ‘Connex-Killens’ domineren over tien jaar nog.
Wordt Hollywood weer politieker? In elk geval lijkt dat zo. Vooral George Clooney heeft nu die naam, met Good Night, and Good Luck over de heksenjacht op communisten van McCarthy rond 1950 en Syriana kort achter elkaar. “Syriana is geen aanval op Bush en zijn regering, maar een aanval op een systeem dat al zestig, zeventig jaar bestaat en olie is altijd de kern geweest van dat systeem”, aldus Clooney, die in een ander interview trots was dat Bush hem bekritiseerde. Al in de eerste jaren na 11 september 2001 werden acteurs en artiesten op www.celiberal.com ingedeeld in goed (patriottisch) en slecht (niet patriottisch). Clooney zit steevast in het Whine Rack (‘klaaghok’), met onder andere Johnny Depp en Madonna. Bij de Righties zit John Travolta en (weinig verrassend) Arnold Schwarzenegger. Politisering: misschien, of gewoon een verschuiving van onderwerp en toon. Weigerde Marlon Brando in 1973 nog een Academy Award in ontvangst te nemen uit protest tegen de manier waarop Hollywood Indianen uitbeeldde (hij stuurde Littlefeather), tegenwoordig moet je als geëngageerd acteur tough zijn – tegen Bush, of tegen terroristen.
