Volop werk voor ICT’ers, mits communicatief en zelfstandig

Eind jaren 1990 werd de internetbubble doorgeprikt. Veel ICT’ers raakten hun baan kwijt. Nu begint de ICT-arbeidsmarkt weer aan te trekken. Dat is tenminste het gangbare beeld. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Zo komen ontslagen ICT’ers vaak snel aan een betere baan, blijken directeurs van internetbedrijven nooit een technische opleiding te hebben gevolgd en halen programmeurs anderzijds soms maar moeizaam opdrachten binnen. Het aantal vacatures in de ICT stijgt. Maar met welke eigenschappen bereiken ICT’ers de beste posities?

http://www.lib.cuhk.edu.hk/information/techhelp/comrm1.jpg

Ben Weijdt (36) was ooit een ‘ontslagen ICT’er’. Direct na zijn afstuderen als HBO-informaticus kwam hij te werken bij Lost Boys aan de Amsterdamse Herengracht en werd direct aangenomen. Hij trof er een “gezellige boel” aan. Weijdt kon goed opschieten met zijn ongeveer tachtig collega’s en werkte als webdeveloper aan uitdagende projecten. In de daaropvolgende jaren groeide het bedrijf als kool. De situatie werd in 2001 onhoudbaar: de managers moesten “dure mensen kwijt”. Weijdt kreeg ontslag, maar pakte de draad nog geen maand later weer op. Anderhalf jaar lang werkte hij voor Endemol, onder meer aan de website van Big Brother. Toen ook daar werd gesaneerd in de internetactiviteiten, is hij voor zichzelf begonnen. Met Bernalyn Internet Services verdient Weijdt nu meer dan in zijn vorige banen.

Kees van Mourik (35) is directeur van internetbedrijf OOiP. Toch is hij geen gediplomeerd informaticus. Hij maakte de kunstacademie niet af en behaalde alleen de marketingdiploma’s NIMA-A en NIMA-B. Volgens Van Mourik is een universitaire opleiding Informatica van weinig waarde voor het werk dat OOiP doet. “Het gaat vooral om een mentaliteit, die zich het best laat omschrijven als ‘het is pas af als het af is’. En als ik niets presteer, hoef ik ook niets te verdienen.” OOiP, gespecialiseerd in syndicatie (spreiding) van informatie over het internet (tegenwoordig vooral via RSS), groeit als kool. Zestien fulltimers kunnen de opdrachten, van overheid en uitgeverijen, nauwelijks meer aan. Van Mourik heeft grote moeite mensen met de juiste mentaliteit te vinden. “Je moet bereid zijn fouten te maken. Ons credo is: eerst een onbekende, verkeerde oplossing proberen, dan pas een goede. Je probeert en doet. Zo leer je.” De meeste OOiP’ers zijn net als Van Mourik autodidact op ICT-gebied.

Roland Lensink (43) is systeemontwikkelaar en programmeur in Cobol “op IBM mainframe”. Na het afronden van zijn studie Bedrijfskundige Informatica aan de HEAO werkte hij voor diverse softwarehuizen, banken en verzekeringsmaatschappijen. In 1996, aan het begin van zijn carrière bij Getronics Software, volgde hij enkele maanden cursussen in afwachting van opdrachten. Daarna werkte hij op basis van “uurtje factuurtje” of via detacheringbureau’s. Zijn laatste opdrachtgever was bank en verzekeraar Fortis, waarvoor Lensink eerst in Rotterdam en later in Brussel werkte. “In België zijn ze heel hiërarchisch georganiseerd. Mijn teamleider heeft alle zeven weken dat ik er was niet tegen mij gesproken,” aldus Lensink. “Daar moet je wel tegen kunnen.” Nu hij voor het eerst in zestien jaar twee maanden werkloos thuiszit, probeert hij via bemiddelingsbureau’s zoals Programmeerwerk.nl aan de slag te komen. “Verder studeer ik op modules Technische Informatica aan de Open Universiteit. Ik was daar al eerder mee begonnen, maar ben er een beetje lui in geweest. Misschien kan ik in de toekomst dan door met bijvoorbeeld Java. Ik accepteer de situatie nu maar even, binnenkort komt er wel weer een opdracht.”

Sylvia Roelofs, algemeen directeur van branchevereniging ICT-Office, vertegenwoordiger van ruim 450 IT-, telecom-, en internetbedrijven in Nederland: “In Nederland neemt de vraag toe naar ICT-personeel dat dicht op de klant zit. Basaal, eenzaam programmeerwerk wordt immers steeds meer verplaatst naar lagelonenlanden.” Daarmee sluit ze naadloos aan op de conclusie die Lizatec-directeur Hans van Nek twee jaar eerder al trok in de Volkskrant. “Je moet niet alleen mensen kunnen managen, maar ook goed weten wat er precies wordt geproduceerd. […] Als je met bouwers én klanten kunt praten, ben je de rest van je werkzame leven koning,” aldus Van Nek.

Volgens voorzitter van het Alternatief Voor Vakbond (AVV) Mei Li Vos is het moeilijk om een ICT’er te vinden die zichzelf niet kan verkopen. “Immers, als je in je opleiding of in de praktijk gewoon ICT-vaardigheden hebt opgedaan, weet men je wel te vinden. Daar is altijd vraag naar.” Ontslagen of tijdelijk werkloze ICT’ers hoeven daarom ook helemaal niet incapabel te zijn. Vaak zijn zij simpelweg slachtoffer van het last in first out-principe, of bijvoorbeeld verwikkeld in een procedure over het concurrentiebeding uit een vorig contract. “De ICT’ers onder onze leden hebben meer dan genoeg werk”, aldus Vos.

Volgens ICT-Office werken er in de gehele ICT-sector 250 duizend mensen, die met elkaar een omzet van €30 miljard produceren. Maar waar houdt ‘ICT’ op? “De grens ligt bij contentaanbieders. Die vallen niet onder Informatie- en Communicatietechnologie. Maar vaak is die grens niet scherp te trekken. Zo is het populaire chatprogramma MSN behalve software ook drager van content. Op dezelfde manier is ICT geen duidelijk afgebakend gebied. Het Innovatieplatform heeft ICT terecht aangemerkt als innovatie-as door de verschillende sectoren van onze economie heen.” ICT-Office stelt dat ICT een “essentiële bijdrage” levert aan de economie als “majeure factor van productiviteitsgroei”. Zeventig procent van alle innovaties in Nederland zou “ICT-gerelateerd” zijn, maar de bron van dat onderzoek is onbekend.

Interessanter en gefundeerder is de toekomstvoorspelling voor de ICT-arbeidsmarkt. Is het tekort aan ICT’ers in Nederland dit jaar al meer dan achthonderd, bij ongewijzigd beleid zal dat tekort in vijf jaar vertienvoudigen. Een belangrijke reden hiervoor is de vergrijzing. Ieder jaar neemt de uitstroom uit de arbeidsmarkt met twee procent toe - en dat is een “voorzichtige schatting”. Daar staat geen hogere instroom tegenover. Integendeel: jaarlijks stromen steeds minder ICT’ers op universitair en HBO-niveau de arbeidsmarkt op. Vóór 2010 zal Nederland dus een oplossing moeten verzinnen voor de duizenden onvervulde arbeidsplaatsen. Moeten we kenniswerkers uit lagelonenlanden invliegen? “Mogelijk, maar je zou ook kunnen denken aan het omscholen van werkloze hoger opgeleiden. Daarbij zijn veel ICT’ers autodidact. Een tekort aan ICT-geschoolden zegt daarom niet alles.”

Alle rechten voorbehouden
© 2006-2010
RSS